
Brussels Airlines heeft zijn aangepaste bedrijfsverlies tijdens de eerste jaarhelft zien oplopen tot 70 miljoen euro, tegenover 46 miljoen vorig jaar, vooral door de duurdere kerosine als gevolg van de Iran-oorlog. De Lufthansa-dochter blaast daarop de geplande uitbreiding van haar vloot in 2027 af.
De twee bijkomende Airbus A330’s die Brussels Airlines volgend jaar zou opnemen, komen er voorlopig niet. De langeafstandsvloot blijft daardoor op elf toestellen. Ook vier vliegtuigen die de maatschappij tijdens de zomer met bemanning huurt van airBaltic, keren volgend jaar niet terug.
Operationeel bleef Brussels Airlines nochtans groeien. De maatschappij vervoerde tijdens de eerste zes maanden 8 procent meer passagiers en zag haar omzet met 9 procent stijgen tot 821 miljoen euro. Ook de dagelijkse vluchtuitvoering verliep stabieler, waardoor vertragingen en annuleringen minder geld kostten.
Die vooruitgang volstond niet om de stijgende kosten op te vangen. Vooral de duurdere kerosine woog zwaar. Door de Iran-oorlog en de sluiting van de Straat van Hormuz lag de brandstoffactuur tijdens het eerste halfjaar 64 miljoen euro hoger dan een jaar eerder.
Lufthansa Group had het prijsrisico voor ongeveer 80 procent van zijn verwachte brandstofbehoefte afgedekt. Die bescherming bleek onvoldoende om de prijsstijging volledig op te vangen. Een brandstofafdekking beschermt een luchtvaartmaatschappij bovendien niet noodzakelijk tegen elke prijsbeweging van de afgewerkte kerosine.
Ook de Afrikaanse activiteiten kregen met tegenwind af te rekenen. Een ebola-uitbraak in Oost-Afrika drukte vanaf mei de vraag naar verschillende bestemmingen in de regio. Inreisbeperkingen bemoeilijkten tegelijk de inzet van piloten en cabinepersoneel. Dat treft Brussels Airlines extra hard, want Afrika vormt het zwaartepunt van haar langeafstandsnetwerk en de markt waarmee de maatschappij zich binnen de groep onderscheidt.
Daar kwamen verschillende verstoringen in België bovenop. Nationale vakbondsacties legden in maart en mei een deel van het vliegverkeer lam. In juni zorgde een spontane staking bij luchtverkeersleider skeyes ervoor dat het Belgische luchtruim enkele uren zo goed als stilviel. Samen kostten die acties Brussels Airlines naar eigen zeggen 3 miljoen euro.
De hogere brandstofkosten, de terugvallende vraag naar Afrika en de stakingen wogen uiteindelijk zwaarder dan de groei van het aantal passagiers. “De zomer is nu cruciaal als we op het einde van het jaar nog positieve resultaten willen behalen”, zegt financieel directeur Nina Öwerdieck. “We hebben meer vluchten dan vorig jaar, dat betekent dat we in staat zouden moeten zijn om sterkere resultaten neer te zetten, zolang we zonder al te grote hinder kunnen blijven opereren.” De zomermaanden zijn immers de belangrijkste winstperiode voor Europese luchtvaartmaatschappijen.
Ook Lufthansa onder druk
De problemen beperken zich niet tot de Belgische dochter. De Duitse luchtvaartgroep boekte tijdens de eerste jaarhelft een aangepast bedrijfsverlies van 229 miljoen euro, terwijl een jaar eerder nog 149 miljoen euro winst werd gemaakt. Ook daar konden hogere inkomsten de gestegen brandstofkosten en de impact van stakingen niet compenseren.
“We konden de aanzienlijke stijging van de brandstofkosten niet volledig opvangen”, zegt Lufthansa-topman Carsten Spohr. Lufthansa verwacht voor heel 2026 voortaan een aangepaste bedrijfswinst van 1,7 tot 2,2 miljard euro. Eerder ging de groep nog uit van een duidelijke verbetering tegenover de 1,96 miljard euro van vorig jaar. De nieuwe prognose houdt zowel een daling als een stijging van de jaarwinst open.

Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.