
Transavia France schrapt in mei en juni minder dan 2 procent van haar vluchtschema. De ingreep volgt op de sterk gestegen kerosineprijzen. De Nederlandse Transavia-tak en de nieuwe Belgische basis in Brussel lijken vooralsnog buiten schot te blijven.
De druk op de kostenstructuur is ook bij de budgetdochter van Air France-KLM aanzienlijk: brandstof vertegenwoordigt intussen ruim 40 tot 45 procent van de operationele uitgaven, terwijl dat ervoor ongeveer 25 procent was, zei Pascal de Izaguirre, onder andere de voorzitter van de Franse luchtvaartfederatie FNAM, onlangs aan de Franse televisiezender BFM.
De stijging wordt geweten aan de oorlog in het Midden-Oosten en de aanhoudende verstoring van de aanvoer via de Straat van Hormuz, een vitale ader waarlangs normaliter een vijfde van de wereldwijde olie vaart.
Transavia stelt dat de aanpassing nodig is om de stabiliteit van het resterende vluchtschema te vrijwaren. Dat wijst erop dat het ook hier vooral om een efficiëntiemaatregel gaat. Eerder schrapte ook KLM en Lufthansa respectievelijk 80 retourvluchten in mei en de Lufthansa-groep 20.000 vluchten van mei tot en met oktober.
Getroffen passagiers worden rechtstreeks geïnformeerd en kunnen kiezen tussen omboeking, een voucher of terugbetaling.
